Wolfgang Ernst...Arsenals of Memory...MM 8#1...Nederlands
Back to Title Page   |  
Table of Contents   |  
MM Magazine   |  
Mediamatic Home
.
.
- Aan gene Zijde van de Musea
-
Er zijn magazijnen, opslagruimten en depots, die in het geheel niet onder de
firmanaam `museum' opereren, op eigen wijze expliciet worden en zich daarin
uitputtend ontplooien. Niettemin en juist met het oog op deze titel --
vervullen ze museale functies avant la lettre, vormen ze zogezegd de
archi(ef)museale apriori's van de denkbaarheid van het museum. Eenmaal
instituut geworden en daarmee genealogisch aan zijn einde, moet het museum, dat
klassieke eindstation voor pakketzendingen uit de kunst- en
cultuurgeschiedenis, zich nu met het oog op de veranderende opslagtechnieken
opnieuw definiëren, d.w.z. zich van zijn grenzen ontdoen en een doorgangs-
en transformatiestation worden, wil het niet zelf aan de museale kristallisatie
ten prooi vallen. Recycling in plaats van finaliteit: de lineariteit van
produkt -- consumptie -- afval -- stortplaats/
vuilnisbelt en/of museum, zoals uiteengezet door Michael Thompson, wordt
momenteel vervangen door de posthistorische kringloop van produkt -- gebruik --
separering -- recycling -- secundair produkt. (Noot_1) De functie van het
museum wordt derhalve ter discussie gesteld op basis van zeer reële
uitdagingen, die het museum ertoe dwingen zichzelf opnieuw te ontcijferen.
Heeft de archeologie tot nu toe cultuurhistorische waarden onttrokken aan de
grond en die aan het museum geleverd, dan bedrijft ze nu reeds de
`afval-archeologie' van het heden in real-time. (Noot_2) `Traditie' en
`conservering', de twee klassieke opdrachtgebieden van het museum, worden
tegenwoordig ook wel `geërfde milieuverontreiniging' genoemd.
Tegelijkertijd dreigt als gevolg van een verhoogd natuurbewustzijn deze natuur
zelf een museaal reservaat te worden.
.

.
-
De reële orde van de consumptie-
economie schrijft voor dat de duur van de opslag zelf steeds korter wordt. Het
leveringssysteem van de kledingfirma Benetton probeert de opslagtijden virtueel
op nul te programmeren, doordat het de aanbod-vraag-relatie in real-time poogt
te laten plaatsvinden. Door computers gestuurde magazijnen maken, zoals onlangs
in een fabrieksgebouw bij Kassel is gerealiseerd door James Stirling, van
reële hallen datgene wat de PC in de microkosmos realiseert:
memory. Ook in deze hallen gebeurt de ordening en bediening volgens het
principe van de random acces: voor het grootste deel van de tijd is het museum
de plaats geweest van het Read Only Memory. Het anagram zegt het: ik schrijf
deze tekst vanuit ROM, de plaats van het, van imperiale of religieuze zijde
geënsceneerde lange-termijn-geheugen, dat telkens weer is stukgelopen op
het vergeten, zoals de ruïnes weten, die ironische commentaren van
letterlijke en materiële significantenclusters die voortdurend RAM zeggen.
De geschiedenis heeft zo geen canonieke plek meer; over- en uitlevering worden
eindeloos geposteerd. Zoals ook gebeurtenissen niet langer worden gearchiveerd
en tijdelijk opgeslagen, maar onmiddellijk worden, dooft ook het museale later
uit, die différance waardoor het medium, de `bemiddelaar' museum
wordt gelegitimeerd: De musealisering van de wereld wil de grondgedachte
verbreiden, dat alles zo gebeurt alsof alles allang gebeurd is, verklaart
Henri Pierre Jeudy. Maar het elektronische geheugen is niet het doodvonnis
van het imaginaire geheugen. Het fundeert de representatie van wat ze bewaard,
op de foutloze gebruiksmogelijkheden van de bewaarde informatie, maar sluit
daarbij het spel niet uit. Hebben deze verbazingwekkende middelen alleen maar
tot doel informatie op te slaan? De herinnering brengt zichzelf tot stand met
behulp van tegeninformatie en desinformatie. Ze is door middel van de eindeloze
manipulatie van herinnerde elementen tot een geheel verweven in verhalen en
beelden. Voor al deze bewegingen van de betekenis vormt de accumulatie bepaald
geen barrière. (Noot_3) De museologische opdracht is thans de
accumulatie van het depot te mobiliseren, publiekelijk begaanbaar te maken, en
ook om opgeslagen bestanden in de tentoonstellingsruimte te recyclen. De
opslagplaats, basis(kamp) van het museum, wordt liquide. Zo weerspiegelt het
museale depot steeds meer de schakeltechniek van de hem navolgende media.
.

.
-
Omdat de reële ruimte van het museum tegenwoordig het privilege als het
geavanceerdste medium in zake cultuur- en beeldgeheugen heeft verloren, zijn
functie dus als `massamedium' van de 19de eeuw, moet het zijn rol overdenken.
Als zodanig wordt het de plek van de reflectie over de hem navolgende
technieken. (Noot_4)
-
Het museum transformeert, geheel analoog aan het taalgebruik van de
opslagtechnieken voor nucleair afval, van definitieve naar `tijdelijke
opslag'. (Noot_5), Onder deze naam maakten ook Norbert Kottmann en Adrian
Schoormans op 18 mei 1990 een tentoonstelling in de Düsseldorfse
Hildebrandtstraße: een ruimte (84 m2), een kantoor
(gemeubileerd), een regaal (3,15 x 5,6 x 1,1 m). Het Container-Museum
geeft de indruk van een voorlopige toestand (ook dat is een tijdelijke opslag),
net zoals een eerdere opzet van Michael Fehr voor het Bonner Haus der
Geschichte der Bundesrepublik Deutschland dat beoogde en in het
Portikus-tentoonstellingsgebouw in Frankfurt bewust is gerealiseerd.
-
Analoge opslagtechnieken hebben zich allang meester gemaakt van de
museumesthetiek. Een voorbeeld daarvan is de presentatie van de klassieke
oudheid in het Museo Gregoriano Profano in het Vaticaan, dat wil zeggen: een
structurele, tot archeologie gereduceerde voorstelling. Zwijgen en abstractie,
in onderscheid met de constante (cultuur-)historische becommentariëring.
L'architettura è presente (...) tutt'altro che neutra, ma nessun
dialogo con le opere (...), is de kritiek van een waarnemer, (Noot_6),
maar een andere criticus looft daarentegen, (...) hoe de
niet-classicistische tentoonstelling iets zichtbaar maakt van een nieuwe
verhouding tot de klassieke oudheid (Noot_7) Techniek, Gestell,
dus dat wat Hegel in onderscheid met de herinnering het geheugen noemde. Geen
verleiding van de blik door de suggestie van een museografische vertelling,
geen (v)ideologie: (...) Elemente mobili modulari e quindi amorfi, quali
tralicci metallici e tubi in ferro, sostengono statue relievi ed epigrafi de
risultano evidenziati nel contrasto con le strutture portanti. (Noot_8)
Een moderne kwintessens van de binaire conceptie van Winckelmanns
Geschiedenis van de kunst van de Oudheid (1764): L'attuale sistemazione
(...) prevede un'articolazione in parte cronologica, in parte
tipologica. (Noot_9) Middenin dit museum staat een magazijn, een mobiel
metalen raster met antieke inschriften die volgens systematische criteria zijn
aangebracht. Deze manier van bevestigen aan het hekwerk komt overeen met de
modulen voor de klassieke oudheid in de tentoonstelling zelf, met dit verschil
dat de objecten hier niet langer een didactische omweg via geënsceneerde
ruimten nemen, maar op een zeer kleine ruimte de bladzijden van een transparant
boek vormen, dat een palimpsest is (blijkens de doorkijk). Puur register, het
archief, de index: Le musée comme banque de donnés (Jean
Louis Déotte). De geschiedenis wordt als oriënteringsmiddel
overbodig voor het publiek, wanneer de esthetiek van de archeologische
expertsystemen ook voor de, met computers vertrouwde, museumbezoeker
inzichtelijk wordt als informatiesysteem.
.

.
-
Industriegebieden worden daardoor in het tijdperk van het laatkapitalisme op
tweeërlei wijze getroffen: sinds de traditionele basis onder hun
werkzaamheden (bijvoorbeeld kolen/staal) is uitgeput geraakt, worden ze
momenteel als conceptie van een vrijetijdslandschap getransformeerd tot hun
eigen industriemuseum (Noot_10) -- een poging tot esthetische sublimering
van de crisis. Het Westduitse Ruhrgebied weet het: Bijvoorbeeld de
Zollern-mijn in Dortmund. Hier ontstaat een industriemuseum dat laat zien wat
`steenkolen hakken' vroeger inhield. Alles moet er zo uitzien alsof de mijn nog
in bedrijf is, alleen ontbreken het vuil en het lawaai. (Noot_11)
-
Anderzijds heeft het Ruhrgebied zeer concreet te lijden onder de gevolgen van
industriële afvalverwerkingsproblemen, dat wil zeggen onder de afval- en
bodemvergiftigingslast van de laatste 200 jaar, die door geen museum wordt
afgevoerd, waar hooguit musea op worden gebouwd.
-
Het ware, tragische archief is hier de grond, het industriële braakland.
In Andrej Tarkovski's film Stalker komt een vergelijkbare `zone' voor,
die in De Museumbezoeker van zijn leerling Lopuschanski (1989) is
omgevormd tot een museum, gelegen voor een met afval overdekte kust, dat --
onbereikbaar -- de magische oplossing van de grote vragen
aanbiedt. (Noot_12) De burgers van Hattingen hadden gemengde gevoelens bij
de aanblik van de uitverkoop, dat wil zeggen de demontage van hun hoogoven voor
China en de gelijktijdige metamorfose van het staalfabrieksterrein tot een
sterk staaltje industriemuseum: door middel van de musealisering weet de stad
onder de bodemproblemen uit te komen. Hier figureert het museum om de aandacht
af te leiden van de eigenlijke industriële erfenis, de vervuilde grond als
chemische opslag.
-
Nog een afleidingsmanoeuvre: hetzelfde Ruhrgebied, dat momenteel zijn
voormalige geschiedenis en identiteit onder het steekwoord `industriemuseum'
opslaat, is in het kader van een structuurverandering onder het steekwoord
`technologiepark' de plaats geworden van heel andere opslagmedia, de
elektronische microchips namelijk. Deze onttrekken zich echter aan de klassieke
esthetiek van de vertoonbaarheid.
-
Een commentaar van het British Museum in Londen stelde in 1861 zijn functie
als posthistorische opslagplaats voor als eigentijdse versie van de Ark van
Noach: na het verdwijnen van de westerse cultuur moesten toekomstige bezoekers
uit verre streken daar een representatieve collectie uit hun verleden kunnen
aantreffen. De huidige Ark van Noach is het video-archief. (Noot_13)
.

.
-
In het tijdperk waarin het ruimte- en tijdbegrip oplost onder invloed van de
snelheid (Paul Virilio), in het tijdperk van de voortschrijdende
immaterialisering van informatie en het inhalen daarvan door
notatiesystemen in real time, is de historische ruimte van het museum op twee
manieren een nostalgisch retro-effect geworden. (Noot_14) Een zeer
materiële aanwijzing daarvoor is de aankoop-politiek van de huidige musea:
niet alleen verstrekken musea opdrachten voor kunstwerken die niet langer eerst
de omweg moeten nemen via particuliere verzamelaars of de ruimte van de
representatie, ook worden alledaagse produkten nu al ingekocht, terwijl ze nog
afval zijn, voordat ze ten prooi vallen aan hun musealisering achteraf, dat wil
zeggen hun waardevermeerdering. (Noot_15) Daarnaast wordt het museum een
reservaat van de overzichtelijkheid in het tijdperk van de snelle beelden.
Geboren uit de Verlichting, wordt het daarvan de laatste parkeerplaats: ook dat
is een ander woord voor opslagruimte. Het kunst- en cultuurhistorische museum,
waarin tentoonstellingen zich alleen al daarom schuldig maakten aan een
anachronisme doordat ze het verleden in de tegenwoordige tijd presenteerden,
wordt zelf een anachronisme, dat zijn attractiviteit ontleent aan het verlangen
naar vertraging bij de consumenten, tegen de achtergrond van de razendsnelle
veroudering van alles wat nieuw is (Jochen Hörisch) -- het museum als oord
van het uitstel, van de différance van de waarneming. Donner
le temps (de la traduction) (Noot_16): misschien ligt een laatste
functiebepaling van het medium museum daarin, tijd in te ruimen, tijdruimten te
openen terwijl deze als apriori allang verloren zijn gegaan, omdat de
elektronische interceptie er niet in geïnteresseerd is er onderscheiden in
aan te brengen.
-
.- Aan gene Zijde van de Muzen
-
Niet langer metaforen van het geheugen, maar esthetische opslaginstrumenten.
Kunstwerken begrijpen zichzelf niet langer als agenten van de symbolische orde,
maar steeds meer als de technische recherche, als reflex van de dispositieven
van de reële orde. Het opslaan zelf is een tentoonstelling waard als het
om de herinnering gaat.
-
Openbare tentoonstellingsruimten staan als esthetische plek in de schaduw van
het plaatsen/oppotten, van die dispositieven van de politieke en economische
macht die ten dienste staan van de controlerende bewaking. Opslagruimten zijn
geen ruimten van de kunst, maar van het beheer van deze reële orde.
Jacques Derrida wees op het Dépôt légal in Parijs,
waar een bewijsexemplaar van elke Franse publikatie heen wordt
gestuurd. (Noot_17) Al het discursieve weten vormt zo een verbond met zijn
niet-discursieve tegenhanger. Het militaire archief in Freiburg heeft in
mijngangen een opslagplaats aangelegd voor microfilms waarop alle relevante
administratieve en cultuurhistorische documenten van de Bondsrepubliek
Duitsland staan afgebeeld. Wolfgang Heinke heeft daarop als kunstenaar
gereageerd met zijn Centrale microfilm-archief, dat ooit te zien was in
het museum voor fotokopie (in Mühlheim a.d. Ruhr). Aan de oorsprong van de
opslag staat het geheugen van de oorlog, de reserve.
-
Een hele rij kunstenaars heeft een bijzonder zintuig ontwikkeld voor de
reële orde, die zich via het begrip van de ars memoriae altijd al
tot hen richtte -- namelijk de zuivere constructie van herinneringsruimten.
Anselm Kiefers schilderij Deutschlands Geisteshelden (1973) is niet
alleen -- zoals alle kunst -- een opslagplek, maar toont deze ook, en Sigrid
Sigurdsson installatie Vor der Stille doelt op het museum als plaats van
het vergeten -- een regaal, het archief, het zuivere depot. Niets anders was
het museion in Alexandrië, dat Luciano Canfora als De verdwenen
bibliotheek heeft teruggevolgd tot aan de grafkamers van Ramses II. Alle
kunst is testamentair. Sigurdsson zegt het: iedere museumbezoeker is zijn eigen
archief en dat van de anderen. (Noot_18)
-
Media bepalen de stand van zaken (Friedrich A. Kittler) en hebben allang de
autonome blik (anders gezegd de Kritische Theorie) onteigend. Elke videocamera
opent een latent beeldarchief, en vergeet het fototoestel werkelijk ooit wat
het heeft belicht? Het ware beeld van het verleden glipt voorbij,
schreef Walter Benjamin in zijn essay Over het begrip geschiedenis.
Alleen als beeld, aldus Benjamin, dat precies opflakkert op het
ogenblik van zijn kenbaarheid, om daarna nooit meer terug te keren, is het
verleden vast te houden. De vluchtigheid van het verleden
(passer/passé) is ingehaald door de video-esthetiek; historische
tentoonstellingen presenteren hun materiaal geheel in overeenstemming met deze
esthetiek niet langer monumentaal, maar vluchtig. (Noot_19) Elektronische
lichtpunten op het beeldscherm: de vluchtigheid van deze beelden ontregelt de
stabiliteit van elke interpretatie, voor welke het museum monumentaal borg
stond.
- .

.
-
Met het oog op het onvermogen van de klassieke kunst om de tegenwoordigheid
van het voorbije in het nu anders te denken dan als `herinnering', komen de
kwaliteiten van de media in het spel, dat wat zij alleen zien (video): de
`blinde' vlek van alle historische visioenen, hun technische dispositief.
Geschiedenis(sen) is/zijn namelijk dat wat afleidt van de opslagpraktijk. De
reële orde spreekt echter tegen de narratie, ook deze, een ritmisch veto
uit. Want opslaan is hetgene waaraan mijn tekstverwerkingsprogramma mij
voortdurend herinnert. Als het kunstproject opslaan een essay over de
representeerbaarheid van geschiedenis/sen is, voltrekt het zich hier ter
plekke.
-
L'archive naît du désordre (Arlette Farge). Elke wanorde
van de beelden, die ooit kenmerkend was voor de verkoopruimten,
kunstenaarsateliers en depots van galerieën, krijgt een nieuwe betekenis
vanuit het perspectief van de chaos-theorie. Als tweede wet van de
thermodynamica heeft het begrip entropie toegang gekregen tot de natuurkunde,
als titel van een novelle van Thomas Pynchon toegang tot de postmoderne
literatuur -- het draait om de des/informatie, die is af te lezen uit het afval
van New York. Gelegen onder het dak van een verlaten warenhuis aan de Quai de
la Seine, stelde het atelier van de Parijse fotomaker Pascal Kern tot het
moment dat het afbrandde een tussenstap voor -- dat, wat de overgang vormt
tussen kunst en archief. In de woorden van de kunstcriticus Bernard
Mercardé over Kerns Fictions colorées: Il règne
comme un désordre dans les images que nous donne à voir Pascal
Kern, un désordre d'objets, de matières, de
références, à l'image de l'environnement dans lequel ce
dernier vit et travaille (...). Son atelier, en effet, conserve dans la moindre
de ses détails le souvenir d'errances, de dérives dans ces lieux
de déréliction que sont les terrains vagues, les maisons et les
fabriques abandonnées (...). Très vite, cependant, on
sâpercoit que ce désordre est très organisé, comme
est organisée l'encyclopédie citée de Borges (...) Le
monde de Pascal Kern, de la même façon, constitue une curieuse
taxonomie (...) selon une logique qui n'avait rien d'aristotélicien: le
bureau, l'atelier, les catalogues typographiques, les films de voyages, la
bibliothèque, les livres de compte, les réclames
(...) (Noot_20)
-
Het depot, de opslag, het archief waren tot nu architectonisch vastgelegd; de
objecten erin volgden de traditie van de voorbije tijd in de ruimte na. Alleen
de archi(ef)tectuur van de elektronische ruimte is in staat tot de verwerking
van overgeleverde (d.w.z. traditioneel vastgelegde) beelden door middel van
herstructurering (inderdaad: fictions colorées). De elektronische
ruimte is niet alleen de plaats waar nieuwe beelden worden uitgevonden, maar
ook een overslagplaats, het transformatiestation van het voorhandene. De
keerzijde van het inventio -- dat wat de antieke retorica-techniek wist:
zuivere vinding. Het déja-vu staat op het spel; Christian Boltanski
heeft het een keer geïnstalleerd als Réserves, een andere
keer als Les Suisses morts, zoals onlangs in Lausanne.
-
Want opslaan is ook een uitstel van de dood. Als Boltanski loden dozen met
foto's van overleden mensen opstapelt, waarbij luidsprekers de namen van de
doden mompelen, zijn we uit de ruimte van de vertelling onbemiddeld aangekomen
in die van de telling, de computatie. (Noot_21) Wat analoog verschijnt,
wordt digitaal beslist, in die ruimte dus die zich onttrekt aan de figuratieve
voorstelling. De innerlijke noodzaak tot voorstelbaarheid, waarover Sigmund
Freud sprak ten aanzien van de menselijke psyche, is wat ons remt onze
opslagmethoden te doordenken.
-
Misschien is er toch een plek die ons daar zonder pardon mee confronteert: Yad
Vashem bij Jeruzalem. Daar is namelijk -- begeleid door het niet minder
(ver)tellende ritme van het namen-noemen via luidsprekers in het monument voor
de kinder-holocaust -- zelfs de helderheid van de foto's van de doden getemperd
door zuiver kaarslicht, duizendvoudig weerspiegeld. Op de misdaad van de
nazi's, mensenlevens in concentratiekampen te hebben gereduceerd tot een nummer
totdat er niets van hen overbleef dan aantallen, is nauwelijks vat te krijgen
door middel van geschiedenis/sen, tenzij door zelf te gaan (ver)tellen: in de
hal van de namen bevinden zich in alfabetische volgorde de gedenkbladen met de
data van de vermoorden, tot nu toe drie miljoen. Het monstrueuze project van
het nationaal-
-
socialisme om de herinnering aan het Europese jodendom uit te doven, wordt
ontkracht op een terrein waarop de nazi's het sterkst dachten te zijn: de
administratie. De hal van de namen is een archief, en ze wordt ook
gepresenteerd als opslag. (Noot_22) Dat is de betekenis van Yad Vashem:
Ik geef hun in mijn huis en binnen mijn muren een gedenkteken en een naam
(Jesaja 56, vers 5). Op 15 augustus 1953 heeft deze naam door een
unaniem besluit van de Israëlische Knesset kracht van wet gekregen, wet
5713. Weer een getal om op te slaan.
-
vertaling ARJEN MULDER
-
-
Dit artikel werd eerder gepubliceerd in de tentoonstellingscatalogus
Speicher, Versuche zur Darstellbarkeit von Geschichte/n onder redactie
van MONIKA SCHWäRZLER e.a., Linz 1993.
-
-
Note_1 Zie de catalogus van de Frankfurter Werkbund-tentoonstelling Ex und hopp.
Das Prinzip Wegwerf. Eine Bilanz mit Verluste, Ot Hoffmann (red.),
Frankfurt 1989. Een ander voorbeeld is de design-prijsvraag Küche 2000
-- die intelligente Rohstoffquelle, die in 1989 werd uitgeschreven door de
Bonner Gesellschaft für Kunst und Gestaltung, blz 5.Terug
-
Note_2 Italo Calvino beschrijft dit scenario in Onzichtbare Steden. Terug
-
Note_3 `Die Musealiserung der Welt oder Die Erinnerung des Gegenwärtigen' in:
Ästhetik und Kommunikation, nr 67/68, jaargang 18 (1987), thema:
Culturele Samenleving, blz 30. Terug
-
Note_4 Als directeur van het Karl-Ernst-Osthaus-museum in Hagen heeft Michael Fehr
deze gedachte niet alleen ontwikkeld, maar ook in praktijk gebracht in het
kader van zijn tentoonstellingen en de boekenreeks Museum der
Museen. Terug
-
Note_5 Thomas A. Seboek stelde de vraag naar de opslag als semiotische uitdaging:
hoe kan een nucleaire opslag als zodanig herkenbaar worden gemaakt voor lezers
die niet langer vertrouwd zijn met onze alfanumerische code? `Pandora's Box:
How and Why to Communicate 10.000 Years into the Future', in: Marshall Blonsky
(red.), On Signs, Baltimore 1985, blz 448-466. Terug
-
Note_6 De architectuur is aanwezig (...) is absoluut niet meer neutraal, maar gaat
geen enkele dialoog aan met de werken (...)
-
Marco Fano en Clementina Panella, `Note sul nuovo asseto dei Musei Lateranensi
al Vaticano' in: Dialoghi die Archeologia, 7 (1973), blz 422-439. Hier
naar: F. Mancinelli en F. Roncalli: `Il Transferimento delle Raccolte
Lateranensi al Vaticano' in: Bolletino dei Monumenti e Musei Pontifici
I.1, 1977, blz 19-32 (= Rendiconti della Pont. Acc. Rom. d'Arch. 48,
1975/76, blz 401-415), hier: 415. Terug
-
Note_7 Karl Schefold, `Das Neue Museum im Vatikan' in: Antike Kunst,
supplement 9 (Zur griechischen Kunst), Basel 1973, blz 85-93. Terug
-
Note_8 (...) Mobiele modulaire en dus amorfe elementen, zoals een metalen traliewerk
en ijzeren buizen, vormen de ondersteuning van beelden, reliëfs en
opschriften, die sterk afsteken tegen de draagstructuur eronder. Z.b. noot 6,
blz 415. Terug
-
Note_9 (1764): De huidige ordening (...) vraagt om een deels chronologische, deels
typologische articulering. Paolo Liverani, `Musei Gregoriano Profano e Pio
Cristiano', in: AAVV, Condotte nei Restauri, Rome 1992, blz 189-192,
hier: blz. 189. Terug
-
Note_10 Zie Hermann Glaser, `Was heißt und zu welchem Ende studiert und
präsentiert man Industriekultur?', in: Museumskunde 49, nr 3
(1984). Terug
-
Note_11 Het radioprogramma van Anja Kempe op 22 april 1990 op WDR3 formuleerde
het als volgt: De hemel is blauw, de toegang gratis. Van een regio wordt een
museum gemaakt. Een rondleiding door het Ruhrgebied.
Terug
-
Note_12 Filmkritik in: Film und Fernsehen 1/1990, blz 26. Terug
-
Note_13 Zie: W. E., `ArchiVideo', in: Querspur. Zwischen Intimität und
radikaler Entblößung, catalogus bij het gelijknamige
videofestival in Linz, mei 1990, blz 25 en verder. Terug
-
Note_14 Verbannen naar video, wordt ook het geheugen van de geschiedenis steeds
korter: zie Albert d'Haenens, `Ein neue Kultur begrunden! Gefahren und Chancen
an der Schwelle des elektronalischen Zeitalters', in: Jörn Rüsen e.a.
(red.), Geschichte sehen. Beiträge zur Ästhetik historischer
Museen, Pfaffenweiler (Centaurus), 1988, blz 65-67. Terug
-
Note_15 Michael Fehr, `Müllhalle oder Museum: Endstationen in der
Industriegesellschaft', in: Fehr/Stefan Grohé (red.), Geschichte --
Bild -- Museum: zur Darstellung von Geschichte in Museum, Keulen 1989,
blz 182-198. Terug
-
Note_16 Titel van de bijdrage van Jacques Derrida in: G. Christoph Tholen/Michael O.
Scholl (red.), Zeit-Zeichen. Aufschübe und Interferenzen zwischen
Endzeit und Echtzeit, Weinheim 1990. Terug
-
Note_17 Jacques Derrida, `Titel (noch zu bestimmen)', in: Friedrich A. Kittler,
Austreibung des Geistes aus den Geisteswissenschaften. Programme des
Post-Strukturalismus, Paderborn/Wenen/München, 1975, blz 37, noot
8. Terug
-
Note_18 Michael Fehr, `Sigrid Sigurdssons Vor der Stille -- Kunst als
`Bewußtsein' von Geschichte', in de gelijknamige
tentoonstellingscatalogus, Karl-Ernst-Osthaus-Museum Hagen (1989). Terug
-
Note_19 Bijvoorbeeld de tentoonstelling Die erste 100 Jahre. Österreichische
Sozialdemokratie 1888-1988 in de Weense Gasometer (Simmering). Zie met name
de catalogusbijdrage van Helene Maimann, `Das wahre Bild der
Vergangenheit'. Terug
-
Note_20 Er heerst iets als een wanorde in de beelden die Pascal Kern ons toont, een
warboel van voorwerpen, materialen, verwijzingen naar het beeld van de omgeving
waarin de kunstenaar woont en werkt (...) In zijn atelier wordt werkelijk tot
in de kleinste details de herinnering bewaard aan het rondzwerven en -dolen
door de plaatsen van verlatenheid die deze lege terreinen, huizen en fabrieken
zijn (...) Zeer snel ontdek je evenwel dat er aan deze wanorde een orde ten
grondslag ligt, op de manier waarop de encyclopedie waarover Borges spreekt
geordend is (...) Pascal Kerns wereld beeldt op dezelfde manier een
merkwaardige taxonomie (...) af, die werkt volgens een logica die niets
aristotelisch meer in zich heeft: de schrijftafel, het atelier, de
typografische catalogussen, de reisfilms, de bibliotheken, de rekeningenboeken,
de reclame (...)
- Catalogus bij de tentoonstelling Fictions colorées, Galerie
Zabriski, Parijs, september 1985. Terug
-
Note_21 Zie de tentoontellingsrecensie `Gestapelter Tod' in de Frankfurter
Allgemeine Zeitung van 29 maart 1993, blz 33 (ondertekend `E. N.'). Terug
-
Note_22 Op deze plek wil ik mijn dank betuigen aan de Deutsch-Israelische Stiftung
für wissenschafliche Forschung und Entwicklung, die mij in het kader van
het onderzoeksproject Nationalism and the molding of sacred space and
time in staat stelde tot de autopsie van deze situatie. Terug
.
.
Back to Title Page   |  
Table of Contents   |  
MM Magazine   |  
Mediamatic Home