| RICHARD ROGERS Experimenteren met zoekmachines pagina 2/2 |
|||||||
|
Lange tijd is het zo geweest dat wetenschappers,
geleerden en kunstenaars een reputatie trachtten op te bouwen
door elders te publiceren of exposeren. Om thuis de ruimte te
krijgen, moest je eerst het buitenland voor je hebben gewonnen.
Alleen door elders te werken, publiceren en exposeren kon je toegang
krijgen tot de verenigingen, musea, tijdschriften en galeries
thuis. Velen arriveerden pas nadat ze eerst waren vertrokken. Hetzelfde model voor het verkrijgen van een reputatie is nog steeds van kracht, zij het soepeler dan hierboven beschreven. Maar tegenwoordig is het niet meer nodig je artikel eerst per surface mail naar India te sturen om later een exemplaar bij de koninklijke academie in te kunnen dienen. Er bestaat een nieuw buitenland, een nieuwe kolonie, een nieuwe ruimte voor ambitieuze wetenschappers, geleerden, kunstenaars, en zelfs zakenlieden. Zoals periodieken en musea in den vreemde ooit dienden als potentieel hulpmiddel voor de reputatie van wetenschappers en kunstenaars in spe (of voor hen die hun reputatie wilden oppoetsen), zo bergt het net tegenwoordig dezelfde belofte in zich. Vandaag de dag hoeven je pronkstukjes geen kopieën te zijn van publicaties in tijdschriften aan de andere kant van de wereld of een kleurrijk affiche voor een Senegalese schouwburg, maar een URL of drie. |
|
Gesteund door drukinkt of getekend door het net
Van de uitgemolken verhalen over het neerhalen
van de TWA-vlucht 800 door de Noordamerikaanse marine en de berichten
over een geslaagde koude fusie, tot de door Drudge vanuit Washington
verspreide geruchten, wordt pure 'netinformatie' beschouwd als
'zwevende' informatie, als kletspraat, achterklap. Ze spoelt als
het ware op je beeldscherm aan. Het digitale kan uiteraard naar
believen worden bewerkt - het kan worden doorgestuurd, anoniem
worden doorgezonden, gedownload en opnieuw geupload. Maar de status
ervan wordt vooral verminderd door het feit dat het door de auteur
zelf wordt gepubliceerd (in die zin kun je zeggen dat het net
mensen minder macht geeft). Tenzij de auteur een gevestigde
naam heeft, zullen de meeste tijdschriften zelfs de doordachtste
bijdrage aan een discussiegroep niet willen aanraken, omdat hij
niet via de juiste kanalen is verstuurd. Je zou kunnen spreken
van dissidentenproza dat is getekend door het net.
Netinformatie blijft uit de aard van de zaak
dubieus, tenzij ze wordt gesteund door een erkende producent van
informatie - een 'intellectueel redacteur', zoals de International
Herald Tribune het noemt. Met andere woorden, netinformatie
kan tot kennis worden wanneer ze is geverifieerd door en verbonden
aan een geloofwaardige bron - een bron die de reputatie heeft
de gebruikte 'methode' na te trekken en te controleren, of het
nu die van de journalist is (bevestiging door een onafhankelijke
partij of uit de derde hand) of van de wetenschapper (reproduceerbaarheid
of onvervalsbaarheid). Wordt de auteur te goeder trouw bevonden,
dan kan de tekst worden gepubliceerd of geupload.
Er zijn wel stappen gezet om de status van
webinformatie eventueel te vergroten. Al enkele jaren verschijnen
er respectabele tijdschriften en kranten on-line met artikelen
die zijn voorzien van bronvermeldingen, onafhankelijk worden bevestigd
of anderszins het stempel van de waarheid dragen. Gesteund door
drukinkt hebben de netpublicaties van deze kranten en tijdschriften
wel het vermogen de status van netinformatie in algemenere zin
te vergroten, maar veel van hun artikelen worden opgeslagen in
databases waartoe de veelzijdige 'webafspeurende spiders' die
de zoekmachines voeden geen toegang hebben. Bij de grote, open
zoekmachines zal een zoekactie deze achtergrondartikelen niet
naar boven halen. Je krijgt enkel oppervlakkige informatie op
je bord. |
|
Het web als bron op zich in plaats van hulpbron
Zodoende is de vastgestelde 'relevantie'
(zoals dat heet) van de gezochte term of woordgroep niet alleen
een kwestie van hun positie en frequentie op een pagina, maar
ook van de 'populariteit' van die pagina. Hoewel het nog steeds
zo is dat de oudere zoekmachines, zoals Yahoo!, werken met redacteuren
van vlees en bloed, die de status van automatisch gemelde URL's
verifiëren en beoordelen (1), blijven de nieuwere,
volautomatische zoekmachines (met hun veelzijdige 'websafspeurende
spiders') zich ontwikkelen richting een ordening aan de hand van
deze nieuwe maatstaf, de populariteit. Hoe vaker er onderlinge
hyperlinks worden gelegd met een site (en hoe herkenbaarder hij
is voor de dolende spider), hoe 'betrouwbaarder' en 'relevanter'
de zoekmachine hem vindt, en dus vermoedelijk ook de informatie
die hij bevat. De interface van de zoekmachine produceert op zijn
beurt aanlokkelijke betrouwbaarheidspercentages en asterisken,
die ons een gevoel van veiligheid geven, of zelfs het gevoel van
de 'zekerheid van de informatiewaarde'.
Het web wordt zo in hoge mate op zichzelf
betrokken, een apart domein, zijn eigen bron, iets dat zichzelf
als het ware voedt. Wanneer het verband met dat wat zich buiten
het net bevindt eenmaal is verbroken - wanneer de mensen die de
relevantie moeten beoordelen eenmaal zijn ontkoppeld - kan men
(voorzichtig) beginnen te spreken van een zuivere webcontext:
informatie die uitsluitend ten bate van het medium wordt gegenereerd.
Onvermijdelijk moet hier het gezegde luiden: Het medium is
het medium. (Ik heb het hier over Manuel Castells' historische
vooruitgang. Als de TV leidde tot de kreet het medium is de
boodschap en video stelde dat de boodschap het medium
is, en als de multimedia impliceren dat de boodschap
de boodschap is, dan betekent het op zichzelf betrokken
web-netwerk dat het medium het medium is.)(2)
Gewoonlijk begrijpt degene die een zoekactie
uitvoert deze op zichzelf betrokken waarheid van het web niet,
tenzij ze wordt beschouwd (zoals men haar moet beschouwen) vanuit
het oogpunt van de commercie op het web. Bij de meeste zoekmachines
draait het om de vraag hoe je je eigen site populairder, en dus
vindbaarder, kunt maken. Tips om meer hits te verkrijgen.(3) (Het hoeft geen verbazing te wekken dat de zoekmachines hier zelf
het hoogst scoren.) Hoewel het nooit kwaad kan om ervan op de
hoogte te worden gesteld, helpt de commerciële logica van
de relevantie van sites niet om de algehele epistemologische waarde
van webinformatie te vergroten. Het web wordt dagelijks afgezocht,
en antwoordt met de commerciële logica van de populariteit
van informatie.
Om de epistemologische waarde van de verkregen
webinformatie te verhogen, zal men misschien een logica willen
ontwerpen die niet wordt gevoed door de commerciële belangen
van het web, maar door de geografie van informatie - een betrekkelijke
logica, die tegelijkertijd rekening houdt met de op zichzelf betrokken
aard van het web en de informatie-evolutie die zich erin aftekent. |
|
Kennis in kaart gebracht of: het redigeren van de context van webinformatie
Om de context van webinformatie te begrijpen
en die informatie tot kennis te maken, verkent de informatie-cartograaf
de geografie van het web en geeft hij deze weer; dat wil zeggen,
de wezenlijke relaties die er op het web bestaan tussen specifieke
bronnen van specifieke informatie.
De duidelijkste, en zelfs tamelijk veelzeggende,
relatie tussen informatiebronnen op het web over een gegeven onderwerp
is de keuze uit hyperlinks tussen deze bronnen. Wie maakt er een
link met wie? Wie beantwoordt er aan wie?
Let ook ophet feit dat de wetenschappelijke overheidsinstanties uitsluitend links met elkaar onderhouden (Afbeelding 1), het bedrijfsleven hoofdzakelijk
op zichzelf staat, de lobbygroep uit het bedrijfsleven (GCC) links
onderhoudt met de wetenschappelijke overheidsorganisaties en niet
met hun achterban (Afbeelding 2), en de niet-gouvernementele organisaties links
onderhouden met elkaar en vrijwel elke andere deelnemer aan de
discussie (Afbeelding 3). Net als bij stadsplattegronden, waarbij men zich kan afvragen of het stratenplan een bepaalde historische visie op
het verkeer volgt, wordt men bij de 'kenniskaarten' uitgenodigd
de achterliggende strategische keuzes bij de hyperlinks te interpreteren(4)
Een tweede relatie tussen informatiebronnen heeft betrekking op semantische
of discursieve keuzes. Welke partijen hanteren hetzelfde taalgebruik?
En hoe benaderen ze bepaalde termen, of welke vormgeving gebruiken
ze voor een belangrijk citaat, waar door alle of de meeste partijen
naar wordt verwezen?
Afbeelding 5 geeft het commentaar weer van
de partijen op een hoofdstelling van voor de overheid werkzame
wetenschappers op de IPCC. De uitspraak komt frequent voor
op de verschillende sites van de betrokken partijen volgens een
tekstanalyse-programma TACT (textual analysis tool), dat
meer bekendheid geniet als hulpmiddel bij de interpretatie van
het werk van James Joyce.
Hoewel het op onderzoek is gebaseerd,
krijgt het anderszins toch 'zwevende' citaat van .gov ICCP in Afbeelding 5 meer betekenis wanneer het deel uitmaakt van een overzicht dat de toepassing ervan door verschillende .coms en .orgs laat zien. (Afbeelding 4 A, Afbeelding 4 B, Afbeelding 4 C). Door een overzicht van het gebruik van het citaat krijgt
de webinformatie met één oogopslag een context.
Wanneer we de beide overzichten naast elkaar leggen, kunnen we ons buigen
over de relaties tussen keuzes op het gebied van hyperlinks en
discursieve overeenkomsten. Vertonen degenen die de hoofdstelling
in positieve zin gebruiken de neiging links naar elkaar te leggen? |
|
Het beheer van kennis op het web
De inherente interpretatie van het kennisoverzicht,
alias de geografie van kennis en macht, is als volgt. Door de
wederzijdse hyperlinks tussen bronnen of partijen in kaart te
brengen wordt de geografie van de macht oftewel de sociaal-politieke
verwantschap blootgelegd. Door de overeenkomsten in taalgebruik
van partijen in kaart te brengen wordt de geografie van de kennis
oftewel de overeenkomst in stellingname blootgelegd. Dit zijn
overeenkomsten of meningsverschillen over de zekerheid van wetenschappelijke
stellingen.
Door raadpleging van het internet-archief
zouden innovatieve zoekacties de geleidelijke evolutie van deze
relaties kunnen blootleggen, wat de weergave van de discussie
over het web dynamischer zou maken en meer open voor nieuwe interpretaties
door zowel de cartografen als de lezers.
vertaling Pieter Bijker/ZZ Produkties
Met dank aan:
Het Geographies-team: Noortje Marres, Alexander
Wilkie, Milo Grootjen, Noel Douglas en Alex Somers. Janet Abrams van het Nederlands Vormgevingsinstituut, lezeres Voor meer informatie:http://www.crd.rca.ac.uk/geographies
Notes:
1 zie S. Steinberg, "Seek and Ye Shall Find (Maybe)" in Wired 4.05.^
2 zie M. Castells, The Rise of the Network Society, Oxford 1996,
pp. 327-375 ^
3 zie Danny Sullivan's www.searchenginewatch.com ^
4 Noortje Marres heeft dergelijke interpretaties gedaan op http://www.crd.rca.ac.uk/geographies/index_proposal.htm ^
|
|
|
![]()
Afbeelding 1: |
![]()
Afbeelding 2: |
![]()
Afbeelding 3: |
![]()
Afbeelding 4 A:
A) .govs ^ |
![]()
Afbeelding 4 B:
B) .orgs ^ |
![]()
Afbeelding 4 C:
C) .govs, .coms and .orgs ^ |
![]()
Afbeelding 5: |