|
|
| ||||||
|
PAUL DERKSEN Forsythe's Beeldenstormen pagina 2/2 | |||||||
|
structuurdenken<2> Forsythe is beeldenstormer, betracht Umwertungen aller Werten, is deconstructivist en post-modernist, maar ook destructuralist. Beschikt over systeemkaarten ter ondersteuning van de choreografie [>analytische dans], koestert een grote interesse in de grammatica en het functioneren van beweging, beeld en geluid. Met componist >Thom Willems heeft hij een arsenaal aan methoden van herstructureren verzameld en ontwikkeld. Beweging en geluid worden gegenereerd, uit elkaar gehaald, verdraaid en herschikt in een voortdurend proces van transformatie. Op zich elementair ('simpel') materiaal wordt onder hun handen en in de lijven van de dansers, via betrekkelijk eenvoudige operaties tot complexe, gelaagde, polyvalente constructies in tijd. Zo kreeg een eigentijds structuurdenken gestalte dat breekt met een constructivistisch erfgoed en de conventies van het ballet. Hun werkwijze aanvaardt de intrinsieke complexiteiten, imperfecties en paradoxen van het fenomeen taal. kadermaker<35> Een choreograaf in traditionele zin geeft tot in detail aan zijn of haar visioen gestalte en ensceneert de entourage van A tot Z. Aan de dansers de taak, op het podium de suggestie te wekken dat de dans ter plekke ontstaat. Forsythe stelt, vanaf het eerste moment van creatie zijn dansers de taak alle materiaal te herstructureren, methodisch zowel als in detail; zodoende blijven de dansers in een staat van paraatheid. Muziek, decor en licht ontwikkelen zich parallel, in eenzelfde geest.[>zelf-regulatie] de-centraal<14> Forsythe's ensceneringen en composities kennen geen centraal oriënterend punt. Hij wordt gefascineerd door perspectief en proporties van animatie en cartoon, rappe veranderingen van scène en perspectiefwisselingen uit de visuele media. Zijn ruimtelijke constructies zijn als planetenstelsels van ensembles die om een zon cirkelen als sterren rond een maan, met gekromde lijnen en zwarte gaten van inkrimpende en uitdijende ruimtes. Hij forceert niet alleen een breuk met de harmonische beslotenheid van een klassieke en modernistische esthetiek in de organisatie van de scène, maar ook in de oriëntatie en coördinatie voor de danser. Bewegingen kunnen voor hem buiten het onmiddellijke bereik gedacht worden, en met ieder mogelijk lichaamsdeel verwezenlijkt worden. Al doende heeft hij met zijn dansers een hoogst wendbare stijl ontwikkeld, een staat van paraatheid tussen evenwicht en disbalans. 1e amendement<8> De >academische dans is een wonderschoon abstracte taal van gecodeerde bewegingen. De academische techniek definieert basisbewegingen aan de hand van horizontale, verticale en transversale assen en vlakken ten opzichte van de (rechtopstaande) rug. De benen worden het liefst uitgedraaid, en de danser presenteert zich bij voorkeur diagonaal of frontaal aan het publiek. Deze drie punten vormen de basis voor een gedetailleerd vocabulaire van gecodeerde bewegingen. Ze verschaft Forsythe's dansers een gemeenschappelijke taal, een geheugen voor lange combinaties en een ruimtelijk bewustzijn. 2e amendement<6> Eén enkele beweging of combinatie van bewegingen kan naar believen de bouwsteen vormen voor een choreografie volgens simpele compositie-regels. Een van Forsythe's geliefde choreografische methodes is de contrapuntische: een aan de muziek ontleend compositieprincipe voor het creëren en fraseren van melodieën bovenop een basismelodie. In de dans biedt deze vorm van thema & variatie een visuele diversiteit ten opzichte van de unisono bewegende corps-de-ballet. Het contrapuntisch instrumentarium steunt daarbij vooral op variaties in timing, frasering van het materiaal en elementaire richtingswisselingen (links-rechts, voor-achter, diagonalen), ruimtelijke spiegelingen, canonstructuren, ingebouwde herhalingen. Een choreograaf kan aldus asymmetrieën tevoorschijn toveren uit een perfecte harmonie, en vice versa, klaterende bewegingswatervallen ensceneren, formaties uiteen halen en in elkaar weven. 3e amendement<16> Iedere beweging kan naar believen in stukken worden geknipt, herschikt en getransformeerd. Forsythe onderkende vroeg in zijn carrière dat met beweging kan worden geknipt en geplakt, zoals met een tekstverwerker letters, woorden, zinsdelen en alinea's kunnen worden weggehaald, verplaatst en eindeloos gekopieerd [>Burroughs, William S.]. In samenwerking met de dansers begon hij zijn eigen materiaal te analyseren, in deelbewegingen op te splitsen, tijdsvolgordes of ruimtelijke referenties om te draaien, bewegingen van het ene ledemaat naar een ander te transponeren. 4e amendement <23> Ieder lichaamsdeel kan ieder waargenomen of denkbeeldig punt, lijn of vorm traceren. Dit punt-punt-lijn principe borduurt verder op >Rudolf von Laban's notie van trace-forms. Stel je twee punten in de ruimte voor. Je neemt een lichaamsdeel en verbindt de twee punten: de voet veegt een lijn achterwaarts over de vloer, de atlaswervel traceert de contouren van het plafond. Je kunt ook letters of woorden met een lichaamsdeel beschrijven. Nadere specificaties of inperkingen kunnen gegeven worden in termen van het aantal lichaamsdelen dat opeenvolgend of simultaan in actie komt, de ruimtelijke vlakken waarin bewogen wordt, het behouden van een bepaald volume. Bijvoorbeeld 9-point deployment of de kubus: een danser stelt zich een kubusvormige figuur voor rond het lichaam, met de ruggengraat als verticale as. Ieder van de zes vlakken heeft negen punten: op de uiteinden en midden op iedere lijn. Handen, voeten, of willekeurig welk lichaamsdeel kunnen van punt naar punt bewegen. 5e amendement<26> Ieder gebaar, manipulatie of andere handeling kan materiaal zijn voor een dans. Functionele bewegingen (een voorwerp manipuleren, een gebaar maken), die oorspronkelijk een lichamelijke betrokkenheid veronderstellen, worden geïsoleerd uit de betekenisvolle omgeving waartoe men zich verhoudt, en getransformeerd tot abstracties. Forsythes methoden spelen in op het vermogen tot verbeelden van de dansers, hun herinnering, associatievermogen, fantasie en taal. [>alfabet] alfabet<27> Een methode die Forsythe soms hanteert voor het creëren van materiaal. Een bewegingsalfabet wordt gevormd door een verzameling van 26 reeksen geabstraheerde gebaren, manipulaties en andere ('denkbeeldige') handelingen. Voor iedere letter van het alfabet kan een woord worden verzonnen - overwegend namen, werkwoorden, zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden. Daarbij komt een beweging. Bijvoorbeeld: s = scratch: krab-bewegingen. Het eerste woord of beweging in een reeks roept een andere beweging of een volgend woord op. Bijvoorbeeld: scratch = dj > d = disk: van krabben naar platen draaien naar knieschijf, en/of j = jockey: paardenrace. Reeds spoedig ontstaat een associatief verbonden familie van 26 'gedanste woorden'. algoritme<28> Regel of verzameling regels voor het genereren van in de tijd opeenvolgende configuraties. De regels schrijven onder meer het aantal herhalingen voor, de lengte, de aard van de variaties en ruimte voor eventuele externe ingrepen. Elementaire formeel-geometrische operaties zijn bijvoorbeeld: iedere frase 'vermenigvuldigt' (herhaalt) zichzelf; iedere frase wordt, gelijk een anagram, verlengd met een in de tijd omgekeerde versie van zichzelf; iedere frase wordt verlengd met het eigen ruimtelijk spiegelbeeld achter het origineel; iedere frase 'vermenigvuldigt zichzelf' bij een volgende danser met vaste vertraging. De contrapuntische methode [>2e amendement] is een specifiek formeel-geometrisch algoritmisch ontwerp. Ook via woordverbanden kunnen connecties worden gecreëerd, zoals in een domino-spel: zoek een woord dat begint met de laatste letter van het voorgaande, enzovoort. Juist zulke procedures lenen zich voor een associatief verloop. Met het introduceren van dergelijke choreografische systemen geeft de choreograaf in zekere zin de touwtjes uit handen. Hij of zij bepaalt de parameters, de begincondities, de context; het actuele, vaak niet en detail voorspelbare verloop ontvouwt zich volgens de regels van het spel en de keuzes van de uitvoerenden. [>zelf-regulatie] gefragmenteerd lichaam <18> Lichaamsbeeld, waarbij de afzonderlijke delen een hoge mate van zelfstandigheid hebben verworven. Kenmerken: hyperextensies, bijna uit de kom gedraaide gewrichten, met name in schouder- en bekkenzones. Twee varianten hebben zich parallel aan elkaar ontwikkeld: één geënt op de anatomie en fysiologie, en een formalistische variant. In laatstgenoemde, door Forsythe onderzochte en ontwikkelde variant, wordt het lichaam denkbeeldig gedeconstrueerd - maar nooit feitelijk geamputeerd. Armen, benen, hoofden, vingers, knieën bewegen als het ware geïsoleerd, ten opzichte van punten die zelfs buiten het lichaam gelegen kunnen zijn. [>decentraal] In de hedendaagse dans is het gefragmenteerd lichaam met name in de jaren tachtig opgevoerd als maatschappelijke metafoor of manifestatie van isolement, sociale of emotionele repressie. In potentie vormt het een antwoord van de dans op het gefabriceerde lichaam van de biotechnologie, plastische chirurgie en de fitness-cultuur. Momenteel is het een op zichzelf staand esthetisch residu, nu deconstructie een in de dans wijdverspreide, van ideologie verzelfstandigde stijlvorm geworden is. Dankzij het koketteren van mode- en lifestyle magazines met de heroine chic, anorexia en zelfverminking is het vervormde lijf opgenomen in een bredere culturele beeldtaal. quadriceps<10> Ballet is een techniek die de vormvastheid en het ruimtelijk bewustzijn van een danser sterk vormt. Het is vooral door musculaire controle dat het skelet een helderheid van lijn kan voortbrengen. In de brt-documentaire I think the Body likes to Move wees Forsythe ook op de sensibiliteit van de spieren. De spieren informeren een danser waar 'de ledematen zich bevinden'. De quadriceps kunnen gebruikt worden voor het optillen van het been. Het is volgens recente inzichten overigens aan te bevelen, de dieper gelegen spieren te benutten. Dit niet alleen voor de stabiliteit en om redenen van gezond lichaamsgebruik. Een balletdanseres zou esthetisch weinig gebaat zijn met de turbodijen van een bodybuilder. vervlieden<11> The more you can let go of your control, and give it overto a kind of transparency in the body, a feeling of disappearance, the more you will be able to grasp differentiated form, and differentiated dynamics.You can move very fast in this state, and it will not give the same impression - it won't give the impression of violence. You can also move with tremendous acceleration provided you know where you leave the movement - not where you put the movement, but where you leave it. You try to divest your body of movement, as opposed to thinking that you are producing movement. So it would not be like pushing forward into space and evading space - it would be like leaving your body in space. Dissolution, let yourself evaporate. Movement is a factor of the fact that you are actually evaporating. (William Forsythe 1995, programmaboekje bij het ballet Eidos: Telos) zelf-regulatie<47> Uit Forsythe's manier van creëren zou je kunnen afleiden dat hij zijn positie als auteur spoedig zou willen - of moeten - opgeven. Forsythe's methodologie zou hemzelf overbodig kunnen maken, aangezien de composities zich ontrollen op een niet te voorziene manier. Wellicht is het een volgende stap in de evolutie van Forsythe's werk dat de dansers co-auteurs van een creatie mogen heten. Vooralsnog is het de meester zelf die, met componist en ontwerper, voor het werk tekent. Forsythe ontwikkelt het plan en de specifieke connotaties en concentratie ('atmosfeer') voor een stuk, de dansers geven de details gestalte. (Forsythe vergelijkt deze relatie met die tussen een hoofdredacteur en zijn schrijvers.) Willems, Thom<1> Componist van Nederlandse origine. Sinds 1985 huiscomponist van Ballett >Frankfurt. Willems studeerde elektronische en instrumentele compositie aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag. Forsythe en Willems zijn als een rechter- en een linkerhand. Ze hebben doorgaans aan één woord genoeg om elkaar te verstaan. Zij-aan-zij ontwikkelden ze hun >structuurdenken in dans en muziek. Laban, Rudolf von (1879-1085)<24> Expressionistisch choreograaf, pedagoog en danser. Naar universele ontplooiing van de mens strevende utopist. Von Laban zocht naar ruimtelijke kaders waarbinnen een mens harmonisch kon bewegen (punt-punt-lijn). Zijn bewegingsleer, uiteengezet in diverse theoretische werken en leerboeken, behoort tot de meest uitgewerkte in de dansgeschiedenis. Von Laban ontwikkelde de Labanotation en de Effortnotation, twee gedetailleerde notatievormen voor bewegingen en de uitvoering ervan in alle vormen van menselijk bewegen, van dans tot industrie. Frankfurt am Main<13> Hoofdstad van de Duitse deelstaat Hessen, één van Europa's financiële centra. Beleefde vanaf de jaren tachtig een plotse culturele bloei door exorbitante geldinjecties in de kunstwereld. In die tijd werd Forsythe artistiek leider van het Ballett der Städtischen Bühnen Frankfurt, zoals het destijds heette. Hij wist het tot dan toe conventionele gezelschap los te weken uit de Schauspielhaus-constructie en om te vormen tot een zelfstandige, eigentijdse compagnie. Burroughs, William S. (1914-1997)<21> Amerikaans twintigste-eeuws schrijver. Met Byron Gysin wilde hij montage- en collagetechnieken van de visuele kunsten in de literatuur incorporeren. Ze ontwikkelden de cut-up methode: pagina's tekst van verschillende origine (de Bijbel, Shakespeare, krantenberichten) worden doormidden geknipt en de linkerhelft van de ene pagina wordt aan de rechterhelft van de andere geplakt. Het resultaat kan enigszins 'gecorrigeerd' worden en eventueel nogmaals verknipt en geassembleerd. De cut-up methode morrelt aan de bouwstenen en grammatica van taal: een aantal woorden in de cesuur worden onttakeld (tever | geefse, wellu | idende) en onzinwoorden verschijnen (teveridende, wellugeefse). De syntax van de zinnen in deze nieuwe tekst is verstoord, semantische relaties worden gebroken, herschikt en andere betekenissen ontstaan. Ook het vertelperspectief en de tijdsrelaties worden verdraaid. Vooruitwijzingen en flashbacks kunnen overal opduiken. Zinsbegoochelende woord- en betekenisvelden ontstaan. [>3e amendement] analytische dans <3> Alternatieve kwalificatie voor het werk van een aantal >post-moderne dansmakers; soms ook wel movement research genoemd. Karakteristiek is dat het werk gevoed wordt door een studie van bewegen en het lichaam vanuit bijvoorbeeld een biologisch, medisch, sociologisch, (taal)filosofisch perspectief. Het onderzoek brengt materiaal voort en genereert ideeën voor compositie en enscenering. Veel analytische dans is ontstaan in een streven naar emancipatie of een poging om een discours op gang te brengen. academische dans<7> Ballettechniek, van oorsprong waarschijnlijk voortkomend uit de volkdans, die zich door verschillende artistieke periodes heen heeft ontwikkeld. De hoofse dans (danse du cour) bracht eenvoudige, elegante passen voort om ruimtelijke patronen te voltooien. De mathematische zuiverheid van haar geometrie legitimeerde verdere benadrukking van het vocabulaire, met als bekroning van de rechte lijn de uitvinding van de spitzen - ook de voet kon nu rechtop gestrekt worden, zodat been met voet één opgaande lijn vormen vanaf de vloer. Invloeden vanuit de jazz-dans hebben in deze eeuw juist weer accenten gecreëerd in de gewrichten, waardoor de rechte lijn gebroken wordt. Académie Royale de Danse (Versailles, 1661) <12> waarschijnlijk de eerste professionele dansopleiding in de geschiedenis van de Europese dans. Voorheen werd de dans vooral beoefend voor het eigen genoegen als onderdeel van het sociale leven, aan het hof en in de kroeg. Gedurende een korte periode aan de Franse en Italiaanse hoven van de late Renaissance vormde de hoofse dans zelfs een aan een adellijke status en levenswijze verbonden verplichting. Beheersing en gratie in serene dansen vormden een proeve van nobiliteit. De dansers schreden in een licht golvende pas in ingenieuze vloerpatronen, de hemellichamen gelijk. Dagelijkse oefening was vereist, privédocenten brachten de kennis en praxis bij. De Zonnekoning, Louis xiv, die zelf als een ster van enkele balletten gold, heeft de Académie Royale de Danse ingesteld. Het aanstellen van anderen - acteurs, zangers, dansers - om grootschalig geënsceneerde, gelegenheids-spektakels van muziek, dans en verhaal uit te voeren heeft uiteindelijk geleid tot de omstandigheid dat professie leefwijze heeft verdrongen. post-modern(e dans) <15> Begin jaren zestig keerde zich een verzameling dansers en choreografen tegen de conventies en restricties van expressie en compositie in de dans van hun tijdgenoten, destijds overwegend bekoorlijke muziekballetten, balletten in vroeg-romantische stijl of in een modernistisch expressionisme. In plaats van de afgesproken leugen van de illusie of de gecodeerde emotionaliteit van de dans in stand te houden streefden zij naar een blootleggen van het medium zelf: beweging, geluid, beeld. De visies op wat het medium zelf was bleken uiteenlopend. Sommigen hanteerden beweging primair als plastische, artificiële vorm, anderen stortten zich op de beweging in alledaagse handelingen, of verkozen het eigen lichaam tot domein van de dans. Hun werk weerspiegelde die verscheidenheid: van de repetitief-minimalistische dans van Lucinda Childs, de 'toevals-choreografieën' van Merce Cunningham, en de vormexperimenten van bijvoorbeeld Trisha Brown tot de op de performance geïnspireerde soli en de happenings en events in galerie, studio en het publieke leven. De benaming post-modern doet aan de diversiteit van deze dansmakers eigenlijk ook geen recht omdat ze nauwelijks een omlijnde visie deelden. Wat hen achteraf gezien verbond was het artistiek verzet van anti-illusie en anti-esthetiek, de omstandigheid dat ze op dezelfde tijd en op dezelfde plek vertoefden en een herontdekken van beweging. Balanchine, George (1904-1983)<5> Russische choreograaf, die in 1933 naar de Verenigde Staten vertrok. Hij was mede-oprichter en huischoreograaf van het New York City Ballet. In zijn jeugd bezocht Forsythe zo vaak hij kon het nycb om de ene na de andere Balanchine-choreografie te verslinden. Balanchine hield zich doorgaans verre van een verhaallijn of visuele ornamentatie; zijn dans stond in het teken van de muziek. Componist en landgenoot Igor Stravinsky was Balanchines artistieke compagnon gedurende zijn hele carrière. Beiden incorporeerden in hun werk academische, folkloristische, constructivistische en jazz- en showelementen. Forsythe, William (1949)<9> Studeerde dans aan de Julliard School (die model stond voor de serie Fame). Vertrok in 1973 naar Europa om te dansen voor John Cranko's Ballett Stuttgart. Maakte choreografieën voor dit gezelschap en het Nederlands Danstheater. Na een paar jaar als free-lancer te hebben gewerkt, werd hij in 1984 artistiek leider/huischoreograaf van het Ballett der Städtischen Bühnen >Frankfurt, zoals het gezelschap destijds heette. Is tot op heden aan het gezelschap verbonden, nu als artistiek intendant.
|