Infowar is een door het us Department of Defense (dod) gehypete term voor defensieve en offensieve operaties in de informatieruimte, van alledaagse surveillance praktijken tot catastrofale aanslagen op militaire, economische, politieke en sociale netwerken. Tegen het gebruikelijke beleid van geheimhouding in, hebben hooggeplaatste militairen de nieuwe strategie met verbazend weinig terughoudendheid in de media gelanceerd. De slogan is goed voor spektakel en sensatie, en je kunt je dus afvragen of je Ars Electronica wel serieus wilt nemen. Sinds z'n ontstaan in 1979 is het festival tot een gevestigde speler uitgegroeid, moge een lijst geaffilieerde bedrijven daarvan getuigen: onder de sponsors van dit jaar bevonden zich Hewlett Packard Austria, Microsoft Austria, Silicon Graphics Austria. Medewerkers van Disney, Atari, Steven Spielberg's Amblin Entertainment en Interval Inc. zaten in de jury van de Prix Ars Electronica (verantwoordelijk voor het artistieke gedeelte van het festival). Waarom kiest Ars Electronica, dat zichzelf beslist een toonbeeld van vreedzame samenwerking kan noemen, oorlog als thema? Tijdens het InfoWar netsymposium, waar in de maanden rond het festival een redelijk levendige discussie plaatsvond, werd die vraag geregeld gesteld.
http://www.aec.at/infowar/NETSYMPOSIUM/ARCH-EN/index.html
Het lijkt enigszins gemakzuchtig, achterhaald en contraproductief om de discussie over technologie en samenleving onder het dreigende, o zo imposante vaandel van de Amerikaanse krijgsmacht te voeren.

OVERAL OF NERGENS

In our efforts to battle terrorism and cyberattacks and biological weapons, all of us must be extremely aggressive, aldus Bill Clinton op 22 mei 1998. Als Washington zich ermee bezighoudt, dan is het relevant, daar valt zeker wat voor te zeggen. De bloemlezing die naar aanleiding van het InfoWar symposium is uitgekomen opent met Cyberwar is Coming! (1991) ( http://gopher.well.sf.ca.us:70/0/Military/cyberwar ),
door John Aquilla en David Ronfeldt, beide verbonden aan de RAND Corporation, de denktank van het Pentagon. Het artikel dient als centraal referentiepunt in het InfoWar debat, zowel in de bundel als elders. Het doel van InfoWar is de structurele desorganisatie van vijandige communicatiesystemen. Het doelwit kan een staat zijn, maar ook een non-gouvernementele organisatie. Hetzelfde geldt voor de agressor. Daarmee speelt InfoWar zich in de samenleving af. Elk punt in het netwerk kan als uitvalsbasis of doelwit dienen. Onzichtbaarheid is een tweede eigenschap van InfoWar: het moment waarop informatie in disinformatie verandert kan volstrekt onopgemerkt voorbijgaan. InfoWar zit overal en waarschijnlijk zonder dat we het weten.

Gelukkig blijkt InfoWar een uiterst rekbaar begrip. De schrijvers van de bundel - 26 mannen, 2 vrouwen - doen hun voordeel bij zijn kameleonkarakter en passen de term toe op de meest diverse conflictsituaties. Overheden, multinationals, media en burgercollectieven zijn continu in informatiestrijd verwikkeld. Op het spel staat niet zozeer good old soevereiniteit, maar marktaandelen, organisatieprincipes en wereldbeelden. Alles is InfoWar. En om het nog gecompliceerder te maken heeft InfoWar tegelijkertijd nauwelijks iets om het lijf. Aquilla en Ronfeldt geven al aan dat de opkomst van een nieuw soort oorlog goed van pas komt om de op stapel staande bezuinigingen op Defensie uit te stellen. De InfoWar illusie wordt verder ontmanteld in een bijdrage van Chris Gray, auteur van Postmodern War, The New Politics of Conflict (1997), een heldere, scherpe studie naar heden, verleden en toekomst van hi-tech oorlogsvoering. Hij beweert dat de Amerikaanse krijgsmacht na de Koude Oorlog in een legitimatiecrisis is geraakt. Bovendien heeft het bedrijfsleven haar pioniersrol op het gebied van technologische innovatie overgenomen. Om het miljarden vretende maar al te vaak op blunders uitdraaiende militaire AI onderzoek te redden, heeft het dod een reclamecampagne opgezet: InfoWar is Coming!

Don't believe de hype? De verleiding om in InfoWar niets meer te zien dan een holle formule, bekoelt bij het inzicht dat daarmee ook de tegenpartij, de subversieve acties van ongehoorzame burgers, geloofwaardigheid ontzegd wordt. InfoWar mag dan gehypet zijn door het DoD, hackers en hun supporters roepen al jaren iets vergelijkbaars. Aan de andere kant roept geloof in de InfoWar een visioen op van een op wantrouwen gebaseerde cyberrace waarin staten, bedrijven en ngo's hun infowapen-arsenaal maar blijven en blijven uitbreiden. Een impasse? De schrijvers van de bundel trappen daar niet in. In gezelschap van journalisten, theoretici, militairen en activisten, verwacht iedereen de adem van een vijand in de nek, en voelt iedereen zich geroepen stelling te nemen. Dit is beslist een verdienste van de redactie. Toch wil het nog niet zeggen dat de posities ook op elkaar aansluiten. De bundel biedt een reeks ingrediënten die in combinatie tot strontvervelende patstellingen kunnen leiden: waar iedereen hoog van de toren blaast, maar niemand een zuchtje wind voelt. Maar ook tot smakelijke confrontaties tussen concurrerende projectontwikkelaars van de informatieruimte. Hoe de discussie in Linz verlopen is, kan ik niet met zekerheid zeggen, maar ik kan wel twee scenario's bedenken.

SPEL 1

SPEL 2