In de jaren zeventig, toen de negentiende-eeuwse
illusie nog hoog werd gehouden dat kunst boven de obscene economische
werkelijkheid stond, was de supermarkt een populaire metafoor
voor de Westerse consumptiecultuur. Musea werden spijtig vergeleken
met supermarkten, waarin de kunstobjecten als waren onder de waren
werden opgenomen in het op drift geslagen, immer uitdijende spel
van het postkapitalisme.
|