Hayo Wagenaar en Sander Hassing van de firma IJsfontein, maken interactieve spel/leer programma's, voor kinderen, zowel in Nederland als daarbuiten. Zij blinken uit in het scheppen van ´tactiele illusie´ (het eerste niveau in Rijkens´ schema). Ze creëeren natuurlijk aanvoelend muisgedrag. De illusie werkt door subtiele timing in de programmering en in de animatie.
Noodzakelijk voor de werking van ´tactiele illusie´ is een vertaling van digitale naar een analoge feedback, die nauwer aansluit bij onze tactiele gewaarwordingen, waardoor we makkelijker interpreteren en reageren. Synchronisatie, snelheid en geluid hebben overigens vaak meer invloed op de beleving dan het beeld op zich.
Tactiele illusie is goed voor elkaar te krijgen op CD-ROM. Maar het internet, zeggen Wagenaar en Hassing, is op gevoelsniveau nog erg vlak en simplistisch. Het is niet afgestemd op de werking (en wisselwerking) van onze zintuigen en hersenen. Daarom is op internet echte interactiviteit zo moeilijk. McLuhan zag de media als extensie van het menselijk zenuwstelsel met ´receptoren´ over de hele wereld. In deze metafoor is het internet is in dit stadium niet veel meer dan een zeer krakkemikkige prothese.
De stelling van Hassing en Wagenaar (die ze met overvloedig bewijs illustreren) is dat je met de illusie van tast, kracht, beweging, dynamiek, beter kunt aansluiten op de perceptie, en op
intuïtief lichamelijk begrip van gebruikers. Voorwaarde hiervoor is dat vormgevers en programmeurs vanaf vroege stadia in het ontwerp intensief samen moeten werken, omdat vorm en software op uiterst subtiele wijze in elkaar moeten grijpen. Behalve het visuele, krijgen zo ook ritme, beweging en gedrag een esthetische waarde.